
Ze keken en zeiden niet veel maar wel iets.
De wetenschapper zei: 'Juffrouw Meter, U vergist zich, de zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. Daar is geen noorden mee gemoeid.'
De psychiater zei: 'Mijn goede cliënte, ik weet, U bedoelt het goed en U zal het wel zo willen zien en dat is uw goed recht maar kom, kom, U weet ondertussen toch wel beter.'
De theoloog zei: 'God schiep vele onwaarschijnlijke dingen maar nooit een raam waarin de zon in het noorden kon gaan staan. U hebt teveel witte rook gezien.'
De schrijver zei: 'Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan. Maar wat U nu doet verzwakt de kracht van dit literair paradigma.'
De meter zei alleen: 'Wie nooit naar het noorden kijkt, weet niet welke richting hij moet gaan'.
De anderen mompelden misschien nog wel wat, maar niets veelzeggends want ze wisten niet dat, wat er ook gebeurt, vertrouwen-dat-het-goed-komt altijd wonderen verricht.
De wetenschapper, de psychiater, de theoloog, de schrijver, ...
Ze weten vast wel dat juffrouw meter geen onzin uitkraamt: als je iets niet mag verliezen dan is het wel “het noorden”.
Tante Jose - 04 05 05 - 12:32